Apps in de klas: nuttig, maar leraar blijft essentieel

Geplaatst: 13 Sep 2017

Categorie: Nieuws

Apps in de klas: nuttig, maar leraar blijft essentieel | Klassekrachten

Reken- en taalspelletjes op de tablet, serious gamen als geschiedenisles:digitale technologie sijpelt het klaslokaal binnen. Wie maakt die apps? En werken ze? 

In ongeveer de helft van alle lessen die momenteel gegeven worden, wordt op de een of andere manier een digitaal leermiddel gebruikt. ‘Digitaal leermiddel’ is een ruim begrip; het aantal lessen waarin educatieve apps gebruikt wordt is waarschijnlijk kleiner. Maar met achtduizend lagere en middelbare scholen in Nederland vormen ook kleinere percentages een grote markt. Wie bepaalt wat daar te koop is?

 

Het goede nieuws, zegt Alfons ten Brummelhuis, is dat kinderen met digitale leermiddelen over het algemeen meer en sneller leren. Ten Brummelhuis, ‘expert onderzoek’ bij Kennisnet, een publieke organisatie die scholen adviseert over ict, is vooral enthousiast over zogenaamde adaptieve apps. “Die analyseren de prestaties van de leerling tijdens de oefening, en passen het niveau automatisch aan. Snellere leerlingen worden uitgedaagd, langzamere leerlingen kunnen langer oefenen op hun niveau. Soms zijn computers beter dan leraren in het aanpassen van de stof aan wat een kind nodig heeft.

 

Apps in de klas - Vijf voorbeelden

Wartime stories - Educatieve game voor het voortgezet onderwijs. De leerling kruipt in de huid van een journalist, op zoek naar waargebeurde verhalen uit de Tweede Wereldoorlog.

groove.me- Een lesmethode voor het digibord waarbij kinderen Engels leren aan de hand van popmuziek. Je leert niet alleen Engels lezen en schrijven, maar ook nog eens luisteren en zingen.

Taalzee.nl  - Een app waarmee je thuis en op school niet alleen taalvaardigheden, maar ook je geheugen kunt trainen.

Rekentuin.nl - Uit dezelfde stal als Taalzee, maar dan gericht op rekenvaardigheden.

Snappet - Het grootste digitale onderwijsplatform van Nederland, dat alle betrokkenen met elkaar verbindt om zo elk kind zo goed mogelijk te kunnen volgen en ondersteunen.

 

De leraar: adviseur of maker?

Volgens de Onderwijsraad, een onafhankelijk adviescollege, is er nog wel wat aan te merken op het functioneren van de educatietechnologiemarkt. Het zijn vooral de commerciële ontwikkelaars die bepalen hoe onderwijs-apps eruitzien, aldus de Raad, en dat staat innovatie in de weg. Leraren zouden volgens de Raad grotere invloed moeten hebben op het ontwikkelproces; niet alleen als adviseurs, maar door daadwerkelijk mee te helpen met de ontwikkeling ervan.

 

Willem-Jan van Elk, strategisch adviseur leermiddelen bij Kennisnet, is het daar niet mee eens. “Lesgeven is niet hetzelfde als lesmateriaal maken. Dat laatste kan misschien 1 procent van de leraren.”

 

Black boxes

Volgens Van Elk moeten leraren en scholen de rol van kritische consumenten aannemen, die alleen apps van goede kwaliteit inkopen en zo het aanbod sturen. Maar dat valt nog niet mee, volgens Ten Brummelhuis. Het is namelijk moeilijk om de kwaliteit van afzonderlijke apps in te schatten; het zijn een soort educatieve black boxes.

 

“We weten al veel van wat werkt en wat niet,” zegt Ten Brummelhuis. “Neem methoden om woordjes te leren. Het is bekend dat daarin rekening gehouden moet worden met de vergeetcurve, het tempo waarmee kennis verdwijnt uit het geheugen. Je moet woordjes herhalen op een precies getimed moment: vlak voordat ze uit het geheugen verdwijnen. Als woordjes te vroeg herhaald worden weet de leerling de betekenis nog, dan is het te makkelijk, en werkt het niet. Als hij ze te laat voorgeschoteld krijgt is hij ze alweer kwijt, en dat werkt ook niet - dat is frustrerend.

 

“Als school wil je weten of een app op dergelijke wetenschappelijk vastgestelde leerprincipes gebaseerd is. Uitgeverijen zouden de werkzame bestanddelen duidelijk moeten vermelden.”

 

Proef op de som

Dat doen ze echter niet, aldus Ten Brummelhuis. “Uitgeverijen brengen producten op de markt en kunnen daarbij claimen wat ze willen. En scholen selecteren op gepercipieerde kwaliteit. Op of een app er mooi uitziet, bijvoorbeeld.” Natuurlijk, als een product vervolgens niet blijkt te deugen - als leerlingen hun toetsen niet halen - kiezen scholen een andere methode. Maar dat selectieproces moet sneller, zodat leerlingen eerder profiteren. Scholen moeten bewust die digitale leermiddelen selecteren waarvan het mechanisme duidelijk is, vindt Ten Brummelhuis.

 

Maar uiteindelijk, zegt hij, staat of valt het succes van onderwijstechnologie met de leerkracht. Die blijft de allerbelangrijkste factor. “Het idee dat onderwijs volledig geautomatiseerd kan worden is gelukkig al lang geleden ontkracht.”

 

Dit artikel is verzorgd door de wetenschapsredactie van De Kennis van Nu (NTR).

Ga naar het overzicht